Onderwijs en Arbeidsmarkt

Blog

In de blogs lees je interessante visies op de onderwijs en arbeidsmarkt en hoe de aansluiting tussen leren en werken kan verbeteren. Je kunt je eigen ideeën eenvoudig delen door te reageren. Heb jij zelf een verhaal dat aansluit op dit onderwerp waarover je graag schrijft? Publiceer jouw blog hier! Wel eerst even registreren of inloggen.

 

  • Inge Willems: Welke trends hebben de komende 10 jaar de grootste impact op onderwijs en arbeidsmarkt

    ProfielfotoShosha Niesen 11-07-2019 175 keer bekeken 0 reacties

    Deze blog is een samenvatting van een presentatie door Inge Willems (Wise up) gehouden op de conferentie “Gelderland Arbeidswijs Draait Door!” op donderdag 6 juni 2019.

    Er zijn 6 trends om de komende 10 jaar goed in de gaten te houden vanwege hun impact op onderwijs en arbeidsmarkt (Kennisnet, 2019). In deze blog werk ik eerst deze trends kort verder uit. Daarna presenteer ik een ranking van 3 trends die naar verwachting de grootste impact zullen hebben qua aantallen mensen en banen die het betreft.

    Demografisch

    Er zullen verschuivingen gaan plaatsvinden in de samenstelling van de groep werkenden in ons land.  Ten eerste trekken veel jongeren de komende jaren naar de stad. Daardoor wordt in stedelijke gebieden (vooral in de Randstad) een groei voorspeld terwijl in de kleinere gemeenten sprake zal zijn van bevolkingskrimp. Dit leidt vooral buiten de Randstad tot dalende leerlingenaantallen in zowel basis-, voortgezet-, als beroeps- en academisch onderwijs.

    Verder is sprake van vergrijzing en ontgroening van de beroepsbevolking. Het aandeel ouderen neemt verder toe en het aandeel jongeren neemt af.

    Tenslotte is de verwachting dat er een toename komt van arbeidsmigratie. Een deel van deze migranten zal zich blijvend vestigen in Nederland en een gezin meenemen of stichten in ons land. Door deze ontwikkeling neemt de beroepsbevolking, ondanks de vergrijzing en ontgroening, netto toe.


    Ecologisch

    De komende jaren zal de voorspelde klimaatverandering doorzetten. Om de effecten te verminderen, werkt Nederland aan de uitvoering van een ambitieus klimaatakkoord. De zogenoemde energietransitie neemt daarbij een belangrijke plaats in. Door de CO2-uitstoot in te perken, kan de opwarming van de aarde worden verminderd. Dit creëert honderdduizenden nieuwe banen, zo is de verwachting (PBL, 2018).
    Ook wordt ingezet op de verduurzaming van de economie. Met name de circulaire economie, waarbij grondstoffen worden hergebruikt, is in opkomst. Hierdoor zal de consumptieve groei afvlakken en wellicht zelfs omslaan in een consumptieve daling. Dit zal juist banen gaan kosten.

    Voor het onderwijs betekent dit dat leerlingen en studenten bewust moeten worden gemaakt van de klimaatproblemen en opgeleid dienen te worden in nieuwe beroepen op het gebied van verduurzaming.  

    Sociaal-cultureel

    Het Sociaal en Cultureel Planbureau voorspelt de komende jaren een veeleisende en dynamische  maatschappij (SCP, 2017). De segregatie neemt toe. Dit betekent dat groepen gelijkgestemden vooral elkaar ontmoeten. Tussen de verschillende groepen neemt het contact juist af.

    Daarbij vallen ook de verschillen op tussen kinderen met lager en hoger opgeleide ouders qua schoolprestaties (Inspectie van het Onderwijs, 2018). Ondanks decennia van het stimuleren van kansengelijkheid via het onderwijs, worden hierop onvoldoende resultaten geboekt. Hadden we het vroeger over the haves-have nots, nu spreken we steeds vaker over the cans – can nots.

    Technologisch

    Er zijn al vele artikelen geschreven over de impact van technologie die ons de komende jaren te wachten staat. Allereerst is daar natuurlijk de toenemende digitalisering. Er komen steeds nieuwe toepassingen bij en hele werkprocessen worden overgenomen door software. Ook onze communicatie voltrekt zich deels digitaal via Social Media en Apps. Verder is The Internet of Things  in opmars. Dit heeft al banen gekost, bijv. in bank- en verzekeringswezen.

    Daarnaast is sprake van robotisering waarbij slimme robots het werk overnemen. Middels kunstmatige intelligentie kunnen deze robots steeds meer. Denk bijv. aan de fabricage van auto’s en  het verpakken van materialen. Ook worden algoritmen ingezet, veelal gebruik makend van datasets die zijn verzameld over grote groepen mensen zodat adequate vervolgacties eenvoudig door een bot vanuit bijvoorbeeld klantenservices worden bepaald. Technologie beconcurreert de mens niet langer alleen op spierkracht, maar ook op denkvermogen en creativiteit (Kirschner, 2017).

    Dit biedt kansen op bijvoorbeeld adaptieve leermiddelen in het onderwijs, speciaal toegesneden op elke leerling apart zodat gepersonaliseerd leren mogelijk is. Hiervan wordt onder andere binnen het basisonderwijs al in sommige gevallen gebruik gemaakt. Een voorbeeld zijn rekenlessen waar leerlingen middels het gebruik van een iPad een gedifferentieerd aanbod krijgen welke wordt aangepast naar een oneindig aantal niveaus.

    Tot slot creëert de inzet van technologie nieuwe banen, met name in de ICT en technologische innovatie.

    Economisch

    Door de vele ontwikkelingen in beroepen en sectoren wordt de arbeidsmarkt onvoorspelbaarder. Banen verdwijnen en ontstaan in rap tempo. De levensduur van bedrijven neemt af (nu gemiddeld nog 16 jaar, in de jaren 50 was dat nog 60 jaar). Dat betekent dat veel minder mensen 30 of 40 jaar bij dezelfde werkgever zullen werken. Eenvoudige arbeid wordt geautomatiseerd; het overige werk wordt complexer.

    Door deze veranderingen zullen andere skills worden gevraagd: de zogenoemde 21e-eeuwse vaardigheden zijn in opmars met een aantal cruciale vaardigheden vereist om te kunnen meebewegen met de vraag op de arbeidsmarkt. Met name flexibiliteit, (digitale) geletterdheid en een goed leer- en adaptievermogen worden belangrijker.

    Al enige tijd krijgen internationale technologiebedrijven meer invloed op de economie. Soms ook disruptief, dat wil zeggen dat er over 10 jaar grote spelers zullen zijn die nu nog niet bestaan. Daarbij neemt platformisering een vlucht. Dat betekent dat steeds meer diensten en producten worden aangeboden door bedrijven die zelf niet de productiemiddelen bezitten maar die van anderen (door)verkopen. Denk hierbij aan Uber, Airbnb etc.

    Politiek-juridisch

    Op politiek-juridisch vlak zijn een aantal ontwikkelingen zichtbaar rondom privacy en rondom beveiliging van data & systemen. Door internet en Social Media kan onze privacy in het geding komen, hetgeen leidt tot nieuwe privacyvraagstukken waarvoor oplossingen moeten worden bedacht. Dit vraagt om nieuwe wet- en regelgeving. Bij nieuwe diensten en producten is het daarom raadzaam om al direct in de ontwerpfase “Privacy by Design” mee te nemen.

    Dat geldt ook voor de beveiliging van onze data en de vele (digitale) systemen waarvan we gebruik maken. Dit stelt ons voor de uitdaging hoe te voorkomen dat systemen worden gehackt waardoor ons maatschappelijk leven ontwricht kan raken.

    Ook is merkbaar dat de overheid (Rijk, EU) vaker overgaat tot enerzijds stimulering van innovatie middels onder andere subsidieregelingen, tot anderzijds regulering middels extra procedures en maatregelen. Niet alleen in het bedrijfsleven maar ook in bijvoorbeeld zorg- en welzijn is dit zichtbaar.

    Impact

    Elk van deze trends heeft in meer of andere mate invloed op arbeidsmarkt en onderwijs. De vraag is welke de grootste impact gaat hebben. Vanuit enkele macro-economische cijfers kom ik tot een globale top 3, met name gebaseerd op het verwachtte effect (oplopend):

    Nummer 3. Ecologisch

    Ten gevolge van de energietransitie worden over 10 jaar tussen de 35.000 en 67.000 extra banen verwacht (dit betreft enerzijds een uitbreiding van circa 200.000 extra banen en anderzijds een voorspelde krimp van 140.000 banen doordat de consumptie afneemt (PBL, 2018).

    Er is een mogelijke extra groei van de beroepsbevolking door de migratie van klimaatvluchtelingen naar ons land. Die trend is onvoorspelbaar en het effect is niet goed in te schatten.

    Deze verandering is dus (voor zover het de arbeidsmarkt betreft) wel significant en heeft vooral een positief effect door de nieuwe banen die het creëert, vandaar de nummer 3 positie.

    Nummer 2. Demografisch

    Uit cijfers die zijn gepubliceerd door het CBS (2018) is de prognose dat de beroepsbevolking de komende 10 jaar met 745.000 mensen toeneemt. Twee derde deel van deze toename wordt verklaard door een toename aan immigratie.

    Het aandeel 65-plussers stijgt van 18% (2015) naar 26% (2060). Het aandeel 80-plussers stijgt van 4% (2015) naar 11% (2060). (VN, 2017). Dit zou voor een krimp van de beroepsbevolking kunnen gaan zorgen, ware het niet dat de pensioenleeftijd inmiddels is gekoppeld aan deze demografische ontwikkeling. Bovendien zorgt de stijging van het aantal ouderen dat een groter beroep zal worden gedaan op verzorgend personeel, waardoor dan ook het aantal banen in de zorg zal toenemen. De kosten hiervoor zullen echter wel maatschappelijk op te brengen moeten blijven.

    Deze demografische verandering raakt weliswaar veel mensen, maar heeft minder negatief effect als men soms denkt, vandaar de nummer 2 positie.

    Nummer 1. Technologisch

    De organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (Oeso) laat in onderzoek zien dat de komende 15 tot 20 jaar 14% van de werkgelegenheid gaat verdwijnen als gevolg van technologisering, digitalisering en automatisering. Als we kijken naar absolute aantallen houdt dit in dat er van de 10.591.000 arbeidsplaatsen die we momenteel (Q1 2019) in Nederland hebben, er 1.482.000 banen zullen verdwijnen. Daarnaast zal 32% van de banen ingrijpend veranderen.

    Deze verandering raakt dus 1 op de 2 banen, heeft daarmee een groot effect; vandaar de nummer 1 positie.

    Samenvattend

    Verandering is van alle tijden. Als we de afgelopen eeuw bezien,  zijn er heel veranderingen opgetreden met groot effect op onderwijs en arbeidsmarkt. Toch staat Nederland er nu goed voor. De arbeidsparticipatie is groter dan ooit te voren. Daarom mogen we er best vertrouwen in hebben dat we flexibel genoeg zijn om de problemen die op ons af komen te tackelen en de kansen te benutten. Zaak is wel om de ontwikkelingen goed te monitoren en er tijdig beleid op te maken. Voor elk van ons persoonlijk is het zaak om te investeren in “leven lang ontwikkelen” en de eigen loopbaan.

  • Met deze HR-instrumenten kun je sociale innovatie stimuleren in je bedrijf

    Roos van Bergen 09-07-2019 215 keer bekeken 0 reacties

    Beste lezer, mijn naam is Roos van Bergen (22). Inmiddels ben ik afgestudeerd als Human Resource Manager (HRM) aan de Hogeschool van Nijmegen (HAN). Mijn afstudeeronderzoek deed ik voor team Onderwijs en Arbeidsmarkt van provincie Gelderland, in samenwerking met het lectoraat Regionale Arbeidsmarkt en Onderwijs van de HAN. Het vraagstuk was gericht op het onderwerp Sociale innovatie. Ik heb enorm veel nieuwe kennis opgedaan over dit opkomende en interessante onderwerp, waarbij de volgende hoofdvraag in het onderzoek centraal stond:

    ‘Welke en hoe worden HR-instrumenten, met betrekking tot de kwaliteit van de arbeid en het innovatievermogen van medewerkers, door de pioniers van provincie Overijssel ingezet ten behoeve van sociale innovatie en wat zijn bevorderende en belemmerende factoren?’ 

    Met 'de pioniers' bedoel ik hier de bedrijven die voorop lopen op het gebied van sociale innovatie en een voorbeeld zijn van de positieve effecten die dit heeft.

    Door middel van een uitgebreid literatuuronderzoek en een kwalitatieve onderzoeksmethode, waarbij twee diepte-interviews zijn gehouden met de HR-manager en de algemeen directeur van twee pioniers van provincie Overijssel, en negen diepte-interviews zijn afgenomen met medewerkers, is de hoofdvraag beantwoord. Uit het onderzoek blijkt dat de volgende HR-instrumenten stimulerend werken bij sociale innovatie:

    Schematische weergave van welke HR-instrumenten kunnen worden ingezet om sociale innovatie te stimuleren, waaronder: beloning op basis van prestatie en maatwerkafspraken.

    Afbeelding: Schematische weergave van het model dat ik ontwikkelde van HR-instrumenten om sociale innovatie te bevorderen binnen bedrijven.

    De resultaten uit het onderzoek hebben geleid tot het advies aan provincie Gelderland om een leernetwerk te faciliteren. Dit is relevant voor provincie Gelderland om drie redenen:

    1. Samenwerking tussen provincie, onderwijs en bedrijven versterken

    2. Kennisdeling van sociale innovatie 

    3. Bedrijven ondersteunen bij (HR-)beleid rondom sociale innovatie 

    Provincie Gelderland kan met dit advies van onderzoek overgaan tot actie en trendvolgende bedrijven in de HTSM en overige maakindustrie in hun regio kennis beschikbaar laten stellen op het gebied van sociale innovatie, zodat zij binnen hun onderneming sociaal gaan innoveren en/of een verhoogde mate van sociale innovatie kunnen realiseren. Aan de slag dus!

     

  • Regionale planvorming voor het technologisch VMBO in volle gang in Gelderland!

    Marc Jacobs 24-01-2019 292 keer bekeken 0 reacties

    Momenteel wordt er hard gewerkt aan 10 Gelderse regionale plannen om het technologisch VMBO te versterken. De provincie Gelderland doet een oproep om de uitdaging met elkaar aan te gaan om écht samen te werken en te innoveren. Grijp deze kans aan om onderwijs toekomstbestendig te maken!

    Regeerakkoord
    Op 5 juni 2018 is de uitwerking van de investering in het technologisch onderwijs op het VMBO uit het regeerakkoord in een kamerbrief bekend gemaakt. Mede door deze regeling werken onderwijs en bedrijfsleven samen aan 10 Gelderse plannen. Dit om aanspraak te maken op de beschikbaar gestelde investeringsgelden vanuit het ministerie van OCW om het technologisch VMBO structureel te versterken.

    Cijfers en Informatie
    Op de website van Sterk Techniek Onderwijs tref je alle deelnemende consortia die werken aan een regionaal plan, met de VMBO scholen als penvoerders. Daarnaast is er door het team van Sterk Techniekonderwijs voor elke regio een portret gemaakt met relevante cijfers en informatie over de stand van zaken van het technologisch VMBO onderwijs. De website biedt een schat aan informatie voor iedereen die zich bezig houdt met technologische onderwijs- en arbeidsmarktprojecten.

    Samen aan het werk
    Het belang van een hoogwaardig, duurzaam en doelmatig technologisch VMBO, de doelstellingen van de subsidie van OCW, staat al langer hoog op de Gelderse Human Capital agenda. Vanuit Provincie Gelderland is het VMBO en MBO netwerk sinds 2017 een aantal keer bij elkaar gebracht om de uitdagingen rondom het technologisch VMBO aan te kaarten en te erkennen. Bovendien is op 23 mei 2018 door scholen en werkgevers de intentie uitgesproken en getekend om serieus werk te maken van de planvorming: bekijk de informatie op het forum onderwijs en arbeidsmarkt. Elke arbeidsmarktregio is dan ook goed vertegenwoordigd in de planvorming.

    Uitdaging en kansen
    De weg hiernaartoe was mooi en het slotstuk wordt de komende periode bijzonder interessant. Er is een aanzienlijke pot met investeringsgelden te verdelen. Ruim 30 miljoen euro voor de Gelderse consortia samen. De hamvraag nu is: Waar gaan de regio’s inhoudelijk mee komen? Durven zij rigoureuze maatregelen te nemen om vernieuwing aan te brengen in de wijze waarop technologisch onderwijs in de regio wordt vormgegeven? Gaan zij écht regionaal samenwerken en innoveren? De regeling is hier in ieder geval toereikend voor. Een kans die men niet mag laten liggen.

     

     

  • Techniekdagen in Middelbaar onderwijs: spijker op zijn kop of plank mis?

    ProfielfotoKarin Horsten 12-06-2018 701 keer bekeken 0 reacties

    Het Associate Lectoraat Arbeidsmarkt en Onderwijs van de HAN heeft onderzoek gedaan naar de effecten van de Techniekdagen in het middelbaar onderwijs: Spijker op zijn kop of de plank mis?

    Techniekdagen, al jaren zijn we bezig met het organiseren van techniekdagen. Leuke interactieve dagen die gericht zijn op jongeren. Op deze dagen krijgen jongeren de kans om in aanraking te komen met de verschillende facetten van techniek. Maar wat is het effect van de Techniekdagen? En bereiken we wel de doelgroep die we beogen te bereiken? In opdracht van de Provincie Gelderland en in samenwerking met het Associate Lectoraat Arbeidsmarkt en Onderwijs van de HAN hebben twee studenten van de opleiding HRM een onderzoek uitgevoerd om antwoord te geven op deze vragen.


    Jongeren in de leeftijd van 10-12 jaar kregen vragen over hun houding ten aanzien van de techniek en de wijze waarop ze de techniekdagen hebben ervaren. Uit het onderzoek blijkt dat techniekdagen over het algemeen positief worden beoordeeld en vooral de dagen met een brede scope waarbij de techniek mogen uitproberen en toepassen worden door jongeren als leerzaam ervaren. Wat echter opviel is dat vrijwel alle jongeren die de techniekdagen bezochten al een bepaalde affectie hadden met techniek. Tijdens de afname van de vragenlijst raakte we in gesprek met de ouders. Opvallend was dat alle ouders zelf een beroep uitoefende in de technische sector. Wat de vraag opriep: In hoeverre dragen Techniekdagen bij aan het enthousiasmeren van jongeren voor de Techniek?

    Techniekdagen zijn natuurlijk geweldig voor jongeren om kennis te maken met techniek. Maar het doel van de dagen was om meer jongeren (zonder een technische achtergrond) te enthousiasmeren voor de techniek. Gedurende het onderzoek bleek echter dat de jongeren die naar de techniekdagen kwamen al vóór oor de Techniek dag interesse hadden in een technisch beroep. Zijn de techniekdagen dan wel een geschikt middel om meer jongeren aan te trekken? Of is het meer een middel om de bestaande interesse warm te houden? Op basis van een vervolg kwalitatief onderzoek onder 28 eerste jaarstudenten van het ROC Nijmegen die reeds voor een technische opleiding hadden gekozen is gebleken dat de meeste jongeren in contact zijn gekomen met techniek dankzij hun ouders. Iets wat ook op de techniekdagen al opviel gezien het hoge aantal ouders dat werkzaam was in de technische sector. Op de vraag of jongeren beïnvloed waren door Techniekdagen gaf het merendeel aan nooit naar een techniekdag te zijn geweest. De meeste jongeren kwamen vooral in aanraking met techniek dankzij hun ouders of de middelbare school. Het advies luidt dan ook: ga vooral door met de techniekdagen maar zoek een manier om juist de jongeren te bereiken die niet vanuit hun sociale kring gestimuleerd worden om te kiezen voor techniek.

    Paul Maquiné, Berend Benraad en Sarah Detaille

  • Studiereis Estland april 2018

    ProfielfotoKarin Horsten 03-05-2018 643 keer bekeken 0 reacties

    Geïnspireerd door de blogs en vlogs van de mede-reisgenoten. Een aantal overpeinzingen op een rij.

    Doelen van de reis naar Estland waren het opdoen van inspiratie, het vergaren van nieuwe inzichten en het leggen van (nieuwe) contacten. Het programma was afgestemd op de achtergrond van de deelnemers, waarvan de meerderheid betrokken is bij CIV’s, COE’s en PPS’en uit de sectoren zorg, ICT en High Tech. Het kleine land staat bekend als koploper op het gebied van digitalisering. Het is tevens een broedplek van start-up’s, onder meer Skype is hier ‘geboren’.

    Wat is er -na het opmaken van de balans - aan kennis opgedaan gericht op ICT en digitalisering met crossovers naar smart-industry en e-Health en ondernemerschap? En wat kunnen we - terug in Nederland - doen met de opgedane inzichten?

    We hebben in het korte tijdbestek van drie dagen veel kunnen zien, ervaren, en horen over dit land, dat qua oppervlakte gelijk is aan Nederland, echter slechts 1,3 miljoen inwoners telt.

    Het eerste bezoek was aan de E-stonia Showroom, waar de parels van de digitalisering worden getoond. Hier zijn we geïnformeerd over hoe de digitalisering in de Estse samenleving is vormgegeven en hoe het werkt.

    Figuur 1: 1 kaart, 2 pincodes

    Hier geldt de wet van de remmende voorsprong, daar waar in de Nederlandse samenleving gewerkt wordt met diverse systemen naast elkaar, die niet met elkaar communiceren, beschikt Estland over één allesomvattend digitaal systeem, gebaseerd op vertrouwelijkheid (ID-card & mobile ID, smart ID, e-residence), beschikbaarheid (x-road) en integriteit (KSI blockchain).

    Figuur 2: Dé sleutel voor systeem? Digital leadership en elke transactie transparant

    Estland is in 1991 onafhankelijk geworden en kent een geschiedenis van bezetting en onderdrukking vanuit met name Rusland en Duitsland. Kort nadat de Sovjet-Unie instortte en Estland baas in eigen huis werd, is het systeem ‘van bovenaf’ ingevoerd. Hoezo privacy? Er lijkt een eindeloos vertrouwen te zijn dat de opgeslagen informatie veilig is en dat er geen misbruik van wordt gemaakt. Daar waar tijdens de bezoeken aan organisaties en opleidingen vragen over vertrouwelijkheid zijn gesteld, bijvoorbeeld over het digitale patiëntendossier, werden deze niet begrepen. De trots overheerst en men somt telkens weer de pluspunten van het systeem op. Het systeem is locked, wat inhoudt dat het voor jou transparant is wie op welk moment je gegevens heeft opgevraagd. Als burger kun je informatie blokkeren voor bijvoorbeeld je huisarts en andere hulpverleners als je wilt dat deze afgeschermd worden. Tijdens de verschillende presentaties werden ons vooral de voordelen geschetst. Als je geen gebruik wenst te maken van het digitale systeem, dan is dat ook goed, hoewel dit wel enige beperkingen geeft. Maar bijna iedereen doet mee. Als een kind geboren wordt, wordt het vanuit het ziekenhuis aangemeld, en zijn alle overheidsinstanties rond het kind onmiddellijk geactiveerd. Je hebt bij wijze van spreken eerder een nummer dan een naam. Alles is gericht op gemak en efficiency. De overheid garandeert je dat je als je voor één overheidsinstantie je gegevens hebt ingevuld, je dit nooit meer voor een andere hoeft te doen. Dit levert veel tijdswinst op voor de burger en beperkt administratieve lasten, wat geld en ergernis bespaart.

    Het bezoek aan de Estonian Entrepreneurship University of Applied Science, een private opleiding, leverde een interessant beeld op van hoe kennis en vaardigheden op het gebied van ondernemerschap worden aangereikt. Een instituut dat de afgelopen crisisjaren heeft overleefd als private instelling door klein en flexibel te opereren en intensief en goed samen te werken met ondernemers en werkgevers, kortom sterk gericht is op de behoeften op de arbeidsmarkt. In een land waar publiek onderwijs gratis is, althans het collegegeld, is het een hele prestatie en veel private opleidingen hebben het de afgelopen jaren niet gered.  
    Overigens krijgt slechts een zeer klein deel van de studenten een beurs en betaal je als student 5 procent rente bij een lening. De lesson learned is dat in Estland ondernemerschap breed wordt gestimuleerd. Hierbij is het mogen falen een gegeven en wordt gezien als inherent aan entrepreneurship. In dit land van de vele scale-ups is dit wel zo prettig!

    Die middag werd, na een lange zit van 6 presentaties, duidelijk dat er veel data voor handen is (en dat kan ook bijna niet anders met zo’n ver doorgevoerd digitaal systeem 😉). Er worden ons veel statistieken en schema’s voorgehouden. Het “wat” op diverse terreinen is goed in beeld gebracht. Wat het probleem is, welke prognoses er zijn en de analyse, is allemaal wel helder. Het “hoe”, dus de implementatie, blijft wel eens steken is de indruk die na drie dagen beklijft.

    Het OSKA is een door de overheid opgericht instituut dat werd opgericht omdat het gebrek aan informatie over de behoefte uit de arbeidsmarkt als één van de grootste problemen van het professionele onderwijs werd gezien. Ze richten zich op het opbouwen van een systeem gericht op het monitoren en voorspellen van toekomstige vraag naar vaardigheden die de komende jaren nodig zijn op het gebied van zorg, ict en htsm. Ook de tekorten in Estland zijn zichtbaar in de sectoren techniek en zorg. En ook in Estland leeft de vraag hoe te enthousiasmeren en binden en boeien. Vanaf 2020 wordt het basisonderwijs gedigitaliseerd en behoren pen en papier tot het verleden.

    In life long learning wordt ook in Estland geïnvesteerd. Veel mensen hebben, naast dat ze een opleiding volgen, een baan. Het salaris ligt, op een paar uitzonderingen na, aanzienlijk lager dan in Nederland, terwijl de prijzen voor levensonderhoud hoog zijn. Voor hoogopgeleide mensen en vakmensen lokt het nabijgelegen Finland, waar de salarissen en welvaart op een hoger peil liggen.

    Funding/financiering blijft een belangrijk vraagstuk. Op de tweede dag worden we geïnformeerd over het werk van de Information Technology Foundation for Education (HITSA). HITSA promoot het gebruik van informatie en communicatietechnologie in het onderwijs en ondersteunt het future-proof krijgen van hoog gekwalificeerde IT-specialisten. Ze financieren verschillende IT-programma’s aan onderwijsinstellingen om te komen tot een curriculavernieuwing, maar ook individuele studenten. 

    Wat bij blijft is dat overal waar we kwamen financiering een obstakel vormt. Het bedrijfsleven wacht liever af tot een product verder is ontwikkeld en op de markt kan worden gebracht. De samenwerking wordt wel gezocht. Een voorbeeld hiervan is Mektory. Een samenwerkingsverband tussen Tallinn University of Technology, de overheid en het bedrijfsleven. Een broedplaats waar kennis wordt vergaard en verspreid, en start-ups werkruimte wordt geboden.